dinsdag 9 juni 2009

Wassen in stront

Haus Tambaran in Kambraman

Hoe zou jij reageren als dat een dag later aan je medegedeeld wordt? Toen ik het hoorde begon er van alles ineens te jeuken en te irriteren onder mijn vieze kleren. Dit was weer eens zo’n actie wat onvermijdelijk is, maar eigenlijk ook heel makkelijk vermeden had kunnen worden.
Ik zal van voor af aan beginnen om het enigszins minder cryptisch te maken. Een jaar geleden hadden Jolanda, Charlye en ik al besloten om rond deze tijd van het jaar een trip naar de Sepik te maken. Dit is een rivier in een gelijknamige provincie wat een van de meest interessante en indrukwekkendste gebieden van PNG is. De Sepik rivier wordt wel eens vergeleken met de Amazone rivier in Zuid Amerika om aan te geven dat dit een vrijwel onbegaanbaar gebied in het oerwoud is met idyllische dorpen langs de oevers van de rivier welke alleen met een boot of kano bezocht kunnen worden. De Sepik staat eveneens bekend om zijn houtsnijkunstwerken, maar vooral om de indrukwekkende Haus Tambarans oftewel spirituele huizen die gebruikt worden voor de initiaties van jonge mannen (ritueel waar jonge mannen tot mannen geïnaugureerd worden). Ons werd verteld dat eens in de zoveel jaar jongens verzameld worden en in het Haus Tambaran geplaatst worden waar ze soms wel bijna een jaar onderricht krijgen van de oudere wijze mannen en voorbereid worden op het ‘ man zijn’ . De cultuur van hun village en hun clan wordt door middel van het vertellen van verhalen en het maken van houtsnijwerken aan de jongens overgedragen. Zij moeten de kunst eveneens leren om hun cultuur en de tradities oraal over te brengen. De vrouwen van het dorp brengen de jonge mannen eten, maar mogen volstrekt niet het gebouw betreden. De Haus Tambarans zijn alleen toegankelijk voor mannen …en toeristen. Aangezien wij vrouwen zijn, vonden we het dan ook meer dan respectvol om de huizen niet te betreden, maar de mannen van de dorpen vertelden dat wij wel toegang mochten hebben omdat wij toch niet begrijpen wat de betekenis van de afbeeldingen is. Wij kunnen in en uit lopen zonder ook maar iets van de verhalen en afbeeldingen begrepen te hebben, dus wij vormen geen bedreiging voor hun ‘mannencultuur’. Hun vrouwen daarentegen wel. Daarom mogen zij niet weten wat er zoal binnen de haus bois afspeelt, dat is taboe.
De haus tambarans staan symbool voor de vagina. Je moet goed kijken wil je dat er uit op kunnen maken, maar we zagen wel een aantal keer een houtsnijwerk van een vrouw met haar benen wijd boven de ingang van het huis hangen.
Afbeelding van een vrouw in de ingang van Haus Tambaran in Tambunam
De jonge mannen verblijven dus bijna een jaar lang in het huis. Dit omvat de periode van zowel de voorbereiding op de initiatie als de herstelperiode van de initiatie. In veel clans worden de jongens namelijk met een scheermes bewerkt om een krokodillenhuid te imiteren. Dit wordt puk puk cuttings genoemd. Die cuttings zijn werkelijk fantastisch om te zien (en om te voelen). Bij de mannen begint het namelijk op de armen, gaat door achterop de rug en aan de voorkant op hun borst. En het is inderdaad net een krokodillenhuid. Op de dag dat de incisies worden gemaakt, wordt een grote ceremonie gehouden. De vrouwen mogen hier uiteraard niet bij aanwezig zijn. Er worden kleine incisies in de huid aangebracht, waarna de wond met een bepaalde olie ingesmeerd wordt. Dit zorgt voor een zwellend effect van de huid. Ook meisjes ondergaan deze overgangsfase, alhoewel in mindere mate.
Dorpjes langs de oever van de rivier

De reis van Madang naar Wewak en uiteindelijk naar de Sepik was ook weer van het kaliber memorable verhalen. We deden alles wat tegen het veiligheidsbeleid van VSO is, maar ja anders kun je dit soort reizen wel op je buik schrijven. Reizen in PNG is namelijk niet goedkoop, niet comfortabel, en niet bepaald makkelijk. Wil je wat van het land zien, dan moet je risico’s nemen.
Vorige week maandag namen we de boot van Madang naar Wewak in de East Sepik Province en dat was al een hele ervaring. De boot was te laat, een aantal Papoeas begon onrustig te worden, dus we hielden onze harten al vast. Gelukkig ging de poort vrij snel open en iedereen rende zo snel mogelijk naar het schip om een plekje te bemachtigen. Wij hadden kaartjes voor het bovendek gekocht in de hoop daar een stapelbed te claimen. Maar het merendeel van de passagiers verblijft in het onderdek waar je liever geen 17 uur door wilt brengen. Er zijn een aantal oncomfortabele banken en een plateau met een soort van dekzeil erover gespannen waar je een beetje op kan liggen. Hoewel dit vrijwel niet te doen is, omdat er meer mensen dan ruimte aan boord is. Bovendien neemt iedereen ook immens veel bagage met zich mee dat ten goede komt van hun wantoks of verkocht wordt op de markt. Wij hadden in ieder geval een stapelbed, maar je kunt je indenken dat de hoezen van de matrassen niet bepaald schoon zijn. Beestjes lopen van het ene naar het andere matras en je probeert deze maar te negeren in de hoop toch nog een oogje dicht te doen.
Marleentje in de bananenboot

De volgende ochtend werden we door Cletus en zijn zoon Roy opgewacht die ons zouden gidsen op de rivier. Na twee uur in de PMV door Wewak gereden te hebben (zo wordt de bus gevuld) reden we met de open truck naar Angoram. De weg gleed prachtig door de met oerwoud begroeide heuvels van de East Sepik Province. Eindelijk in de avond kwamen we aan in Angoram en bleven we een nachtje in het guesthouse van Cletus slapen alvorens we de volgende dag echt de Sepik op gingen. ’s Nachts hoorden we natuurlijk allemaal geluiden in het bushmaterial huisje van ratten en termieten, maar ik voelde me veilig onder onze muskietennet.
Woensdagochtend nam Cletus ons mee naar de markt om daar de laatste inkopen te doen voor de reis op de rivier. De markt was als elke iedere markt in PNG, alhoewel ze hier een grote hoeveelheid vis en garnalen verkochten. De vissen waren verser dan vers, want de arme beesten lagen nog allemaal naar adem te happen en leden een langzame dood.
Helaas werden we niet in een motorkano de rivier opgestuurd, maar in een ordinaire bananenboot. De motorkano zou het plaatje namelijk helemaal compleet maken, maar de bananenboot was redelijk comfortabel. Charlye was nog zo slim om een rieten mat te kopen zodat we die in de bodem van de boot konden leggen en daarop te gaan zitten i.p.v op een stuk grondzeil. Groots onthaal in het dorp Govermas

De tocht was fantastisch. We werden in veel dorpen groots onthaald, want het was misschien een half jaar geleden dat de laatste waitpela het dorp had bezocht. Hele oevers stonden vol met veelal naakte kinderen met opgezwollen buikjes en volwassen in gescheurde t-shirts and shorts. Desondanks was iedereen bijzonder vriendelijk en vrolijk. We hadden een aantal zakken zuurtjes, ballonnen en pennen voor de kinderen meegenomen om deze uit te delen. Je begrijpt dat de kinderen keer op keer probeerden om extra snoepjes te krijgen door zich snel aan de andere kant van de groep te verplaatsen in de hoop dat het ons niet op zou vallen. Dat lukte ze vrij goed want alle kinderen lijken zowat op elkaar!
Huisje langs het water

Het zicht op de dorpen langs de rivier is precies zoals ik me ingebeeld had of zoals je in historische fotoboeken aantreft. De huizen zijn gebouwd op palen en afgewerkt met maten bestaande uit de bladeren van de sagopalm. De sagopalm wordt ook wel de boom des levens genoemd, want alles van de boom wordt gebruikt. Het dagelijkse voedsel van de dorpelingen bestaat uit sak sak (meel van de sagopalm wat verwerkt is tot een soort van rubberachtige substantie wat vervolgens tot een soort van pannenkoek verwerkt wordt) en gerookte vis uit de rivier. De daken en de wanden van de huizen bestaan uit gevlochten sagopalmbladeren. De schors van de boom wordt gebruikt voor de vloeren van de huizen. Ze weten werkelijk alle onderdelen van de boom te benutten. Om de vijf á zes jaar moet een huis opnieuw opgebouwd worden omdat het klimaat het niet toelaat om het langer te bewonen. Daarom tref je niets van oude historische materialen of objecten aan. Alles wordt aangetast door het vochtige klimaat.
Je zou denken dat de vruchtbare grond voldoende mogelijkheid biedt voor het planten van andere gewassen, maar de dorpelingen eten al generaties lang sak sak en vis en daar blijft het ook bij. Daarom zie je veel kinderen met opgezwollen buikjes, een teken van ondervoeding.
Boot aanduwen nadat deze was vastgelopen in de modder

In het dorp Kambraman (waar ze overigens een geweldige Haus Tambaram hebben) deden we een poging om onszelf te wassen. We hadden ons al drie dagen niet meer gewassen en beetje verfrissing was wel noodzakelijk. We werden naar de rivier gestuurd waar we uiteraard in onze zwembroeken en t-shirts moesten baden. Hesla (een vrouw uit Tambanum en familielid van onze gidsen die ons vergezelde bij vrouwenactiviteiten) ging eveneens mee naar de rivier, maar waste zich niet. Ze stond enkel in het water ons te aanschouwen hoe wij ons door de blubber van de rivier voort ploeterden om enigszins vastigheid in de bodem te krijgen zodat we ons konden wassen. Natuurlijk waren we ook bang voor krokodillen, want die zitten er genoeg in de rivier. Het voelde enigszins goed gebadderd te hebben en we voegden ons bij onze gastheren om ons eigen meegebrachte diner (noodles) te nuttigen. Onze gidsen aten sak sak en vis, en eigenlijk was dat niet eens zo onsmakelijk. Na het eten was het tijd om verhalen te vertellen (tok stories) en dat was interessant.
De volgende ochtend kregen we een rondleiding van de vrouwen door het dorp. We werden naar het toilet begeleid (lik lik haus) want de avond ervoor was het donker genoeg om onze behoefte in de struiken te doen. Charlye vroeg waar het pad langs het lik lik haus naar toe leidde en vrouw antwoordde naar de wasplaats. ‘Oh, dus jullie wassen je niet in de rivier?’ , vroeg Charlye. Nee, zei de vrouw, want de rivier is nogal greasy van poep en plas. Alles begon spontaan bij ons te jeuken, want de avond ervoor hadden ze ons gewoon laten baden in het hun openbare toilet! Daarom waste Hesla zich dus niet. Die stond klaarblijkelijk gewoon een partijtje te plassen terwijl wij onze haren aan het wassen waren. We vroegen waarom ze ons in die vieze rivier hadden laten wassen. “Omdat jullie medicijnen hebben om eventuele ziektes te behandelen”, was het antwoord! Ongelooflijk dat daar klakkeloos van uitgegaan wordt en dat het een reden is om ons in het openbare toilet te laten baden.
Nieuwsgierige blikken terwijl we onze slaapplaatsen in orde maken

We hadden al door dat privacy niet bekend is bij de Papoeas. Alles wordt in groepsverband gedaan en dat kan nog wel eens irritant zijn. Samen wassen onder de waterval, samen door het dorp lopen, samen naar het toilet, etc. Maar iedereen bleef ook rustig in de ruimte terwijl we ons aan het omkleden waren. Althans een poging tot, want je wilde ook niet in je nakie staan temidden van iedereen. Hoewel de Papoeas anders altijd zo strikt zijn om de activiteiten tussen mannen en vrouwen gescheiden te houden, leek het hier ineens niet meer zo van toepassing. Vanaf het moment dat we aankwamen in Govermas en onze matjes neerlegden en muskietennetten ophingen tot het moment dat we naar bed gingen, was de ruimte altijd gevuld met mensen. Zelfs toen we ’s ochtends opstonden, kwamen de eerste mensen weer binnen druppelen. Dit kan behoorlijk op je zenuwen werken, maar je moet respect voor de gastheren en de andere dorpelingen hebben. Zo vaak krijgen ze geen gasten over de vloer.
Vervoer over de rivier

Op de terugweg naar Angoram deden we nogmaals het dorp Tambanum aan om zowel Hesla af te zetten als ons de gelegenheid te geven om carvings te kopen. Dit was inderdaad de plek om de beste houtsnijwerken aan te schaffen. Prachtige maskers en andere objecten werden tentoongesteld door de dorpelingen. Alle drie gingen we los met het kopen van de maskers. De boot was propvol met onze pas aangeschafte objecten.
Uitzicht over het dorpje Mariama

Vanaf Angoram moesten we ’s nachts de PMV naar Wewak pakken. Om 1 uur ’s nachts ging de wekker. Het regende keihard en we moesten in het pikkedonker een bootje in om naar de andere kant van het dorp gebracht te worden. Alle drie deden we onze best om onze houtsnijwerken zoveel mogelijk tegen de regen te beschermen. Als dieven in de nacht zaten we met onze grote rugzakken en poncho aan in het bootje naar de PMV. De truck was al propvol met mensen die hun manden met vis op de markt in Wewak gingen verkopen. Hutjemutje zaten we opgepropt in de truck omringd in een stank van vis. We waren blij dat we in Wewak gedropt werden bij een luxe hotel waar we een fatsoenlijk ontbijt en koffie konden nuttigen. We zagen er niet uit; we stonken, onze haren waren vet, onze voeten waren smerig en onze kleren modderig. Toch mochten we bij het zwembad zitten, en lieten we meteen onze voeten in het schone water van het zwembad weken.
In de middag moesten we naar de haven om de boot naar Madang te pakken. Charlye had haar kaartje verloren en dat bezorgde ons stress. Vooral omdat we zagen hoe druk het was. De menigte begon weer onrustig te worden omdat de hekken maar niet opengingen. Gevechten braken alweer los, en onze hartkloppingen namen toe. Gelukkig begon er schot in de zaak te komen en Charlye werd doorgelaten. We waren eveneens verzekerd van een smerig stapelbedje op de boot. Met de mat die Charlye had gekocht, konden we in ieder geval twee bedden bedekken.
We waren zo kapot van de lange en de vermoeiende reis op de rivier en van de korte nacht ervoor, dat we alledrie in slaap vielen. In Wewak hadden Jolanda en ik nog snel wat eten gekocht voor de lange reis terug. Na ons ‘diner’ vielen we alweer in slaap. Gek genoeg had ik redelijk goed geslapen.
Na aankomst in ons huis hebben Charlye en ik ons huis meteen versierd met onze aankopen. De Sepik trip was werkelijk een hoogtepunt van mijn verblijf in PNG en ik wil zeker proberen om een andere gedeelte van de rivier te bezoeken.

De buit is binnen!

maandag 8 juni 2009

Nachtelijke bezoekers

Denk je dat je er eindelijk vanaf bent, komen die verrekte beesten weer terug. Ik was net weer een beetje gewend om in mijn eigen slaapkamer te slapen en om de geluiden te negeren, totdat ik de volgende ochtend opgeschrikt werd bij de aanblik van rattengif korrels verspreid in mijn kamer. Ze zijn terug!, dacht ik meteen.
Ook in de keuken zag ik dat het bakje aangetast was. Potverdomme! Nou, de slapeloze nachten zaten er weeer aan te komen.
Ik ben ’s ochtends altijd als eerste op en ik verlaat het huis op tijd zonder Charlye te zien. Toen ik ’s avonds thuis kwam, vertelde ik aan Charlye dat ik het vermoeden had dat we weer bezoek hadden van ratten. Ik had nog niet verteld, of we zagen de rotzak door de kamer lopen in de richting van mijn slaapkamer! Ik riep gelijk naar onze achterburen en Alois en een paar nieuwsgierige kinderen kwamen gelijk naar boven rennen. Met een bezem in de hand liep Alois richting mijn kamer, maar er was geen spoor van dat beest te bekennen. Ik had me ondertussen al voorgenomen om die nacht niet meer in die kamer te slapen en mijn beddengoed te verhuizen naar de logeerkamer waar ik al eens eerder drie weken geslapen had toen we hetzelfde probleem hadden.
Straatbeeld van Madang

In de logeerkamer voelde ik me vrij veilig, want de kier onder de deur is niet zo groot als in mijn eigen slaapkamer. Voordat we beide onze slaapkamerdeuren sloten, wees ik nog even op de onderkant van Charlye’s slaapkamerdeur omdat ook daar duidelijk de tandafdrukken van ratten inzitten, maar ik werd gelijk de mond gesnoerd. ’s Nachts werd ik wakker van een geluid uit Charlye’s kamer en ik merkte dat de lichten op de gang aan waren. Toen ik mijn deur opendeed en in Charlye’s kamer keek, zag ik haar midden op het bed staan. ‘The rat is in my room’, schreeuwde ze! Ze werd wakker van een geluid in haar raam en toen ze het licht aandeed, zag ze de rat vlakbij haar gezicht in de tralies van het raam hangen. Ik sprong gelijk bij haar op het bed, want ze wist niet waar hij naartoe gekropen was.
Velen van jullie zullen wel denken: wat een watjes die meiden! Maar degenen die mij goed kennen, weten dat ik een soort van fobie voor ratten ontwikkeld heb. Ik weet niet waar het op gebaseerd is, maar ik ben doodsbang voor die beesten. Zelfs op vierhoog in Amsterdam was ik bang dat ze uit mijn toiletpot omhoog konden kruipen, omdat ik deze ervaringen van twee verschillende bronnen gehoord had.

Middagje toeren naar de haven

Ik herinnerde mij dat Alois gezegd had dat we ten alle tijden om hun hulp konden roepen. Ik bedacht me geen moment en rende naar hun hutje, Charlye midden op het bed staande achterlatend.
Roland, de oudste zoon, werd wakker en sjokte achter mij aan. Hij dacht natuurlijk ook: “Die malle wijven. Dit is al de tweede keer dat ik ze moet helpen” (de eerste keer heeft hij de levende rat van het lijm afgeschraapt en doodgemaakt). Hij vond het echter ook vermakelijk. Vooral toen hij Charlye op het bed zag staan. Ik gaf hem een bezem, duwde hem naar binnen en sloot de deur. Vanaf de reling van ons balkon kon ik alles zien wat er in de kamer gebeurde. Ik zag de rat over de tralies rennen en ik hoorde Roland en Charlye pogingen doen om het beest onder het bed vandaan te krijgen. Na een uur hadden ze de genadeklap aan het beest geleverd en liep Roland met het dode beest naar de zee. Dat was nummer twee die hij uit ons huis heeft gehaald in het water heeft gegooid. Inmiddels begint er al een rattenkerkhof te ontstaan.

Madang Market


Vanaf dat moment ben ik met een muskietennet over mijn bed gaan slapen, en heeft Charlye een avondritueel ontwikkeld door elke avond voor het naar bed gaan met een bezem onder haar bed te vegen en haar kasten uit te kloppen. We hebben klemmen gekocht, maar de stukjes worst blijven onaangetast en verschimmelen. Het is dus weer even rustig. Maar wie zal het zeggen wanneer ze weer komen…..


Verjaardagsfeestje in de Country Club


Vorige week heb ik overigens mijn verjaardag gevierd. Een unicum: mijn 31ste verjaardag gevierd op de 31ste van mei! En dat nog wel in PNG.
Aanvankelijk hadden we besloten om een feest thuis te geven, maar toen aangekondigd werd dat er een karaoke avond in Country Club georganiseerd werd, vonden we dat een betere optie. De Filippino’s van de visfabriek zijn gek op karaoke, dus die deden heel professioneel terwijl wij maar wat stonden te blèren en te schreeuwen. Ik hoopte Jolene van Dolly Parton tussen de liedjes aan te treffen, maar helaas niks van dat alles. We moesten het maar doen met Bon Jovi met “Living on a Prayer” wat een prima alternatief en ‘sing along’ voor de rest van het publiek was!

Living la Vida Loca aan het zingen met Jon

dinsdag 14 april 2009

Paleis aan het water

Vorig jaar heb ik eens geschreven dat ik mezelf in een bamboo huisje zou zien wonen i.p.v. in een flat met twee balkons en twee ruime slaapkamers. Nu is dit al een vorm van luxe in PNG, want niet eens elke vrijwilliger heeft een dergelijk huis.
In het begin van het jaar werden we door de nieuwe country director van VSO bij haar thuis uitgenodigd en zij deelde met ons vrijwilligers dat er maatregelen binnen VSO genomen moesten worden om de financiële situatie van VSO PNG enigszins te verbeteren. Het delen van woningen werd door VSO aangemoedigd. Aanvankelijk dacht ik: ik zit eigenlijk prima met waar ik zit. Maar in de weken daarop waren er weer een aantal incidenten op de compound gebeurd, zoals een poging tot inbraak bij de achterburen. Charlye was hier getuige van en schreeuwde naar de twee jongens die door de tuin heen slopen. Vervolgens schrokken die natuurlijk enorm en keken omhoog waar dat geroep vandaan kwam en zagen Charlye op haar balkon staan. Charlye besefte vervolgens dat dit een onzorgvuldige actie van haar was, want nu wisten die rascols gelijk dat daar een ‘waitpela’ woont en dat daar dus wat te halen valt. Dus zij probeerde de bewaker (die de huisbaas eindelijk geregeld had omdat ze na een jaar inzagen dat wij gelijk hadden met ons ‘gezeur’ over onveiligheid) te waarschuwen, maar die kon niet wakker worden. Dat is overigens een veelvoorkomend probleem in PNG. In prinicipe heb je weinig aan de ‘sigis’ (security guards) omdat ze vaak dubbele shifts moeten draaien en dus ’s nachts vaak in slaap vallen. Bovendien zijn het vaak ook dunne en kleine ventjes die hun mannetje eigenlijk niet kunnen staan. Behalve een radio en soms een knuppel hebben ze geen andere wapen in hun uitrusting. In ons geval was de bewaker dus ook in een diepe slaap en kon maar moeilijk wakker worden. En het mooie is dan ook nog dat hij beweert dat hij niet slaap, maar met z’n gedachten ergens anders was. Ik weet niet wat erger is; maar in beide gevallen deed hij z’n werk niet goed. Hij mocht dus ook niet meer terug komen van de huisbaas.

In de tijd dat wij nog in Maleisië waren, hadden een aantal rascols bij onze onderburen ingebroken. De buurjongen werd wakker en stak de inbreker met een mes in zijn arm. De rascols vluchtten vervolgens, maar kwamen een aantal dagen later terug en begonnen stenen over het hek naar hun flat te gooien. Gelukkig is het daarbij gebleven, maar met een nog een aantal andere incidenten hadden Charlye, Veronica en ik er genoeg van om daar nog langer te wonen. Bovendien hadden een aantal lokale staff members van VSO al eens toegegeven dat onze buurt inderdaad niet als veilig bekend staat. Waarom laten ze dan een aantal female volunteers daar dan nog wonen? Omdat er een gebrek aan accommodatie is, was het antwoord. Probleem voor ons is dat wij ons nooit veilig gevoeld hebben in de compound. Bij elke geluidje werd ik al wakker. Ik was altijd op m’n hoede en had het idee dat er ingebroken zou worden. En het is niet alleen het inbreken, want op dat moment mogen ze alles meenemen wat ze willen hebben, maar meer de dreiging dat ze je aangerand of nog erger verkracht wordt. Dit land staat bekend om z’n sky rocking cijfers als het om violent against women gaat en dat heb ik voortdurend in m’n achterhoofd.

Charlye en ik hadden inmiddels al besproken om eventueel een huis te delen. Allereerst omdat we praktisch al samenwonen in Kina Beach, ten tweede omdat we ons daar niet veilig voelen en ten derde omdat we een fantastisch huis op het oog hadden. Een vriendin van ons had een baan bij een NGO in Port Moresby aangenomen, en was daar inmiddels ook naartoe verhuisd. Haar huis in Madang stond inmiddels dus vrij. Vorig jaar hadden we regelmatig feestjes in haar huis omdat het een perfecte locatie is. Maar het allerbeste aan dit huis is: het balkon met overzicht over de zee. Daarnaast is het ruim, groot en koel.
We hadden dit aan VSO voorgelegd en boven onze verwachting reageerden ze positief. We moesten er zelf maar achteraan en het met de huisbazin bespreken zolang alles maar binnen het budget zou blijven. Dat is na veel onderhandelingen gelukt en een maand geleden zij wij erin getrokken. Ik heb Kina Beach volledig achter me gelaten, en Coronation Drive in m’n armen gesloten! Het is werkelijk waar heerlijk om aan het einde van de dag op het balkon te hangen, kaarsjes en kerosine lampjes aan en simpelweg te genieten van het uitzicht en de mensen die voorbij lopen. Zonsop- en ondergang zijn fantastisch en we prijzen ons elke dag maar weer met dit huis. Het is alsof we in een beach house in Santa Monica in Californie wonen, maar dan zonder de roller-skaters and fietsers. Op de zondagen komen families voorbij lopen of zitten samengepakt in busjes en pick-ups.

Bovendien heb ik besloten om mijn placement te verlengen aangezien mijn werk nu pas echt van de grond komt. De eerste nieuwe werknemer is inmiddels begonnen en de tweede komt aan het einde van de maand. Toen ik met deze placement begon, was de basis van de organisatie vrijwel verdwenen omdat de local counterpart zich in de steek gelaten voelde door de twee belangrijkste aandeelhouders van de NGO: Divine Word University en VSO. Door gebrek aan tijd kon mijn voorgangster hem niet voldoende inwerken. Hij vertrok al vrij snel nadat ik gearriveerd was (en had daarbij ook een aanzienlijk bedrag uit de kas meegenomen) en ik stond er alleen voor. Ik heb de fundering voor National DRAC weer min of meer weten te herstellen en de activiteiten langzamerhand uit kunnen breiden. Zowel de Divine Word University als VSO namen amper initiatief om National DRAC te assisteren in het zoeken naar human resources. De vraag was namelijk: wie gaat dat betalen? Divine Word had het vertrouwen in de NGO veloren nadat mijn counterpart was vertrokken en VSO investeert niet in dergelijke projecten. Uit ervaring weet ik dat donor organisaties niet investeren in salarissen omdat dit niet duurzaam is. Stel dat de funding afloopt dan is het onduidelijk wie voor het salaris zorg gaat dragen. Mijn placement eindigt eind augustus, maar in principe heeft mijn placement pas echt inhoud gekregen aan het einde van 2008 en nu op dit moment. Nu mijn nieuwe collega’s van start gaan, wil ik ze ook graag de tijd en de gelegenheid geven om de organisatie en de stakeholders goed te leren kennen, zodat ze de activiteiten eigen kunnen maken. Ik zou het namelijk heel jammer vinden als hetzelfde zou gaan gebeuren met hun voorganger die zich op den duur geen raad meer wist en z’n biezen gepakt heeft. Dit zou namelijk het einde van National DRAC betekenen en dat zou een eeuwige zonde zijn. Vooral omdat we nu echt naamsbekendheid gecreeerd hebben. Dit zou betekenen dat ik tot volgend jaar april of hopelijk mei in PNG zal blijven.

Het enige probleem dat ons huis heeft, is ratten. Ze komen uit een gat in het plafond in mijn slaapkamer. Gelukkig had ik dat allemaal niet door, want dat is mijn grootste nachtmerrie ever! Ik kreeg het vermoeden dat we knaagdieren toen ik een zak muesli op de grond bij het fornuis zag liggen. Toen ik het fornuis wegschoof, zag ik stukjes plastic liggen waar aan geknaagd was. Charlye wilde het niet geloven totdat ze een weekend alleen thuis was en de rat door kamer zag rennen. Het rende terug naar mijn slaapkamer... Ze kwamen uit een gat (dat inmiddels gedicht is) in het plafond in mijn slaapkamer. Ik bleef daar natuurlijk niet slapen en had mijn bed naar onze extra slaapkamer verhuisd.
Als ik iets uit mijn “oude” slaapkamer nodig had, liep ik op m’n tenen door de kamer en ondertussen klapte ik mijn handen en bonsde ik op de muren. Een waarschuwing voor de ratten dat ik eraan zou komen. Van PNG’ers hadden we het advies gekregen om een kartonnen bord met lijm er op te smeren en in het midden wat tonijn uit blik als aas te plaatsen. Hadden we een aantal nachten geprobeerd, maar geen succes. Tot ik op een ochtend inderdaad iets op het bord zag kleven: we hadden een rat gevangen! Charlye was intussen ook uit bed en beide hadden we geen idee wat te doen. Het beestje leefde namelijk nog. We gingen een beetje lawaai maken en we zagen z’n lichaampje bewegen. Hij probeerde van de lijm los te komen. Ik ben naar onze achterburen gelopen en heb Roland, de oudste zoon, opgehaald. Met het slaap nog uit zijn ogen wrijvend, pakte hij het bord en sjouwde ermee naar het balkon. Hij zocht een stokje en doodde de rat. Daarna probeerde hij het lichaampje van de doos af te schrapen zodat we het bord nog een keer konden gebruiken.... Roland was duidelijk niet onder de indruk van de grootte van de rat, maar wij vonden hem behoorlijk groot. Als je nagaat dat het lichaampje groter was dan mijn eigen hand, en dan nog een lange staart eraan..... Roland sjouwde ermee naar het water, en wierp het lichaampje in de zee. Daarna zagen we nog wel “rattenactiviteit” in het huis (de lokdoosjes waren allemaal leegevreten), maar ze kleefden niet meer aan het bord. Afgelopen week ben ik maar weer verhuisd naar mijn “oude” slaapkamer. Uiteraard lig ik bij elk geluidje weer wakker, maar daar zal ik maar aan moeten wennen.



Toen Charlye de rat voor het eerst zag en mij sms-te was ik een weekend in Moresby voor een meeting met de National Board of Disabled People, en dacht bovendien Jessica eens op te zoeken. Vorig jaar was zij een short term VSO volunteer in Madang en werd verliefd op een rijke Australier en is bij hem in Moresby gebleven i.p.v. terug naar Engeland te keren om daar in Oxford te studeren. Zij leeft nu de “real expat life”. Een penthouse in de heuvels van Moresby; etentjes in het enige Italiaanse restaurant van PNG; feestjes op de Royal Yachtclub. Kortom; een heel ander leven dan wij kennen. Vroeger dacht ik dat een dergelijk expat life een geweldig leven zou zijn, maar volgens mij is het allemaal niet zo rozengeur en maneschijn. Die mensen hebben hun relatie met de werkelijkheid in feite verloren. Ze leven alleen maar in hun eigen bubble, gaan om met ‘hun soort mensen’, kijken neer op de Papoeas, rijden rond in grote, dure wagens met kogelvrij glas en hebben geen benul wat er in PNG gebeurt. Geld verdienen, dat is de enige reden waarom ze in dit land zijn .

We hebben ook een aantal van dit soort lui in Madang. Verschrikkelijke mannen, want het zijn meestal mannen. Jolanda en ik zijn regelmatig in de country club omdat we squash en tennis spelen. Dit is min of meer de enige bar in Madang en daar zitten dan ook regelmatig oude expats te drinken. Zo nu en dan komen we wel eens in gesprek met ze, maar het draait altijd weer op verwijten uit. Ze verwijten ons ontwikkelingswerkers dat we hier voor een aantal jaar naar PNG komen, en vervolgens weer vertrekken en dan het gevoel hebben dat we ergens aan bijgedragen hebben. Nee, zij doen het goed. Zij wonen hier al 40 jaar en zij weten hoe dit land elkaar inzit. “Hoe lang ben je al in PNG? Denk je dat je PNG goed kent? Kom je wel eens in de villages? Nou ik wel, want ik woon hier al 40 jaar. Ik ben PNG’er, want kijk ik heb tatoeages in mijn gezicht.Ik heb alles meegemaakt en ken het land van binnenuit. Jullie niet. Jullie komen en gaan weer”. Hier moeten we ons voortdurend tegen verdedigen. We laten ze maar kletsen, want ze horen zich zelf namelijk graag praten. Maar het feit dat ze in elk gesprek het aantal jaar dat ze in PNG doorgebracht hebben moeten herhalen, is alleen maar een zwaktebod van die gasten. Dat is de enige zekerheid die ze hebben.

Twee weken geleden hebben we National Disability Day gevierd en dat was een groot succes. De maanden eraan vooraf hadden we met alle stakeholders die hierin betrokken waren, vergaderd en plannen gemaakt. Dat ging nogal moeizaam omdat ze alles graag bij ons VSO’ers wilden neerleggen. In 2007 was er klaarblijkelijk een geweldige National Disability Day georganiseerd, omdat er toen ook VSO’ers in betrokken waren. Afgelopen jaar daarentegen was het waardeloos. Dit jaar wilden we er weer een spectaculaire dag van maken en dat is uiteindelijk gelukt. Tijdens de vergaderingen waren het voornamelijk Jolanda, Charlye en ik die aan het woord waren, en dat wilde we je JUIST niet. Probleem op dat soort momenten is dat ze denken dat wij alle wijsheid in pacht hebben dus laat het die meiden maar allemaal doen. Wij probeerden de vergaderingen juist participatief te maken, en dat werkte enigszins. Maar met dit soort evenementen wordt het alleen maar weer duidelijker hoe dit land met corruptie doordrenkt is en dat het zelfs op grass root level veel voorkomt. Het zijn maar kleine dingen, maar zo frustrerend. Natuurlijk draait het altijd om geld en vriendjes politiek. T-shirts die speciaal geprint waren voor de disabled people die aan “ability sports” deelnamen, waren ondermeer verdeeld onder de wantoks van de werknemers van de Creative Self Help Centre. Versnaperingen die door de lokale supermarkten gedoneerd waren voor de “artiesten”, werden eveneens uitgedeeld aan de wantoks waardoor er bijna niets meer over was voor de kinderen van de sing sing groups. Jolanda reed de hele ochtend op en neer om een bamboo band op locatie te krijgen. Ondertussen wilde Andrew, de fysio van de Creative Self Help Centre, ook meerijden en die vroeg meteen een omweg te maken en ergens even te stoppen. Daarna vroeg hij Jolanda of ze even naar het vliegveld kon rijden! Jolanda zat hem echt aan te kijken van: hoe haal je in godsamme in je hoofd? We hebben haast! Ik dacht dat je ook bij dit evenement betrokken was? Ik ga toch niet naar het vliegveld rijden om een zak buai (beetlenuts) af te leveren? Hij keek haar vervolgens verbaasd aan en begreep eigenlijk haar probleem niet.

De dag was overigens geweldig. We hadden een harstikke goede opkomst en heerlijk weer. Ik heb veel moeten trekken om de provincial governor ter plaatse te krijgen, en dat is uiteindelijk gelukt. Dit was echt een hoogtepunt van de dag want als je de interesse van de governor hebt, dan heb je de aandacht van het publiek.
In ieder geval hadden we veel muziek wat veel publiek trok, veel NGO’s die zich presenteerden en veel gast sprekers. We hebben er zoveel tijd ingestoken, dat we dit uiteindelijk wel verdiend hadden en dit ’s avonds ook even goed gevierd hadden op een Latino Night in de Country Club (hoe cliche is dit wel niet...)


Wij drieeen werken veel samen met de Creative Self Help Centre (CSHC), een centrum waar gehandicapte kinderen speciaal onderwijs kregen en waar mensen voor rolstoelen, krukken en het screenen voor ogen en oren terecht kunnen. De school is ondertussen gesloten omdat alle kinderen nu naar de reguliere scholen gaan. Dit is een maatregel die 15 jaar geleden al door de overheid voorgeschreven is, maar de CSHC heeft hier nooit aan mee willen werken. Want ook in het bestuur zitten oude Australische expats die nogal conservatief zijn. Zij zijn met dit centrum begonnen en ze zien het niet graag veranderen. Charlye is door de provinciale overheid aangenomen om dit proces juist te begeleiden. Nou, dat had nogal wat voeten in de aarde. In ieder geval zijn de leraren voor het speciaal onderwijs van het centrum nu bij de verschillende scholen geplaatst om de lereraren en de gehandicapte kinderen te begeleiden in het reguliere onderwijs en dit werkt vrij goed. Echter het centrum is ook een plek waar eigenlijk niets gebeurd. De werknemers zitten ten alle tijden buiten buai te kauwen en sigaretten te roken, terwijl ze in de scholen zouden moeten zitten. De baas van het centrum is een klein manneke met appelwangetjes die nog maar net boven het stuur van de auto uitkomt. Hij weet niet hoe hij zijn personeel in gareel moet houden, en iedereen loopt letterlijk en figuurlijk over hem heen. Die man is echt te grappig voor woorden. Hij doet helemaal niks, rijdt en loopt alleen maar gewichtig rond met een mooie map die we vorig jaar in tijdens een meeting gekregen hebben. Hij duikt overal op, maar doet in feite niets. Kan best storend zijn. Het is een aardig mannetje, maar hij is niet functioneel.
Maar goed op dat Centre gebeurd dan ook alles: een paar stafleden hebben sex met dove leerlingen (wij vragen ons af waar zich dit allemaal afspeelt), een blinde rascol probeerde de fysiotherapeut met een mes aan te vallen (blind en toch durven vechten) omdat hij in de veronderstelling was dat de fysio een leraar sexueel had geintimideerd. Die vrouwelijke leraar is echter een enorm dik mens waar nog geen man een vinger naar uit zou willen steken. Zij heeft zich namelijk de taak gesteld om als “babysitter” van deze blinde rascol te fungeren. Vervolgens moest de fysio weer compensatie aan haar man, die overigens voorzitter van het bestuur van het centrum is, betalen. Vorig jaar had ik heel andere verwachtingen van dit centrum, maar nu wordt het me steeds meer duidelijk dat dit een demotiverende omgeving is waar je nog maar weinig mensen kan vertrouwen. Wij drieeen delen dan ook regelmatig onze zorgen om dit centrum en hebben dit vervolgens ook aan VSO voorgelegd aangezien het een partner organisatie van VSO is.

Uiteraard proberen we ons niet teveel te leiden door de gebeurtenissen op dit centrum en genieten we van wat er om ons heen gebeurd. En de beste plek om dat te doen, is vanaf ons balkon.
Tegenover ons huis is een goede ingang om in de zee in te gaan en te zwemmen. Vanzelfsprekend gebeurt dit wel met t-shirts en shorts aan. In de weekends is het een drukte van belang. Allemaal kinderen spelen en spartelen in het water. Uitslapen is er soms niet meer bij, want ze komen al vroeg met hun autobanden. De lokale familie die bij ons in de achtertuin woont, hebben een klein stalletje met buai, sigaretten en ice-blocks (zoet waterijs dat ze invriezen in een vriezertje dat ze van onze elektriciteit aftappen) te koop. Sinds vorig weekend hebben ze een radio bij hun kraampje staan. Hartstikke leuk zou je denken, maar ze zetten het volume op maximaal waardoor er enorm schraal geluid uitkomt. WE willen natuurlijk niet als 2 decadenten tuthola’s overkomen en laten hun maar begaan, terwijl we de rust binnen in het huis proberen op te zoeken. De dag erna waren de batterijen leeg en heb ik heel voorzichtig voorgesteld dat ze de radio in het vervolg wat zachter moeten zetten. Ach de achterburen....daar kunnen we inmiddels ook al hele verhalen over schrijven. Is voor een volgende blog.

zondag 8 februari 2009

Terug in de tropen




Hoewel het nog maar een maand geleden is dat ik Nederland weer achter mij gelaten heb, lijkt het wel weer een eeuwigheid geleden. En hoewel ik PNG eind november verlaten heb, lijkt het bijna of ik niet weggeweest ben.

Eind november ben ik naar Vietnam vertrokken om een training te volgen in Hanoi. Als STAP’per (voor diegenen die het vergeten waren of het nog niet wisten: Strategic Technical Assistance Programme dat door ontwikkelingsorganisatie PSO gefinancierd wordt) krijg ik een budget om training/studie te volgen dat in het verlengde van mijn werkzaamheden binnen mijn placement ligt. Je krijgt alle vrijheid om zelf een training uit te zoeken die, naar jouw mening, je werkzaamheden kunnen verbeteren. In ieder geval heb ik een training in Organisational Development & Institutional Strengthening bij MDF gekozen, een organisatie gespecialiseerd in training en consultancy.
Ik zou samen met Alex, de Duitser die voor de EU hier in Madang werkte, naar Singapore reizen. Hij zou vervolgens doorvliegen naar Europa en ik naar Vietnam. Voor mij was dit het begin van een klotereis…

In de laatste week was ik druk bezig om al mijn werkzaamheden af te ronden en over te dragen aan mijn line-manager. Alex en ik zouden in de middag vertrekken, een nacht in Port Moresby doorbrengen en de dag daarop door vliegen naar Singapore. Vrijwel iedereen houdt rekening met vertragingen of uitval van vluchten van Air Nuigini, waarop men meestal een dag van tevoren naar de hoofdstad afreist om er zo zeker van te zijn dat je de connecting flight haalt. Dat was ook ons plan.
’s Middags hadden we onze bagage al ingecheckt bij Air Nuigini en we besloten om nog even terug te gaan naar de Madang Lodge om een kopje koffie te drinken, aangezien de vlucht pas over anderhalf uur zou vertrekken.
Het busje van de Lodge bracht ons vervolgens terug naar het vliegveld, maar het hele parkeerterrein was leeg… Ik had al een vermoeden dat dit foute boel was. En dat klopte: het vliegtuig was 20 minuten eerder vertrokken…met onze bagage aan boord. Wij waren woedend en verbaasd! Normaal gesproken vertrekt Air Nuigini ALTIJD te laat. Maar deze dag eventjes niet.
Wij weer terug naar de universiteit om de sleutels van onze huizen bij Monica op te halen. Ik had al van velen afscheid genomen en die waren vervolgens dan ook weer om verbaasd ons weer te zien. Ik voelde me echt een sukkel toen ik moest zeggen dat we onze vlucht gemist hadden.

De volgende dag moesten we om 8 uur ’s ochtend op het kantoor van Air Nuigini een boete betalen, omdat we niet op waren komen dagen (nu vraag ik je!), en om nieuwe plaatsen te boeken voor de eerst volgende vlucht. Deze keer hebben we 2 uur op het vliegveld zitten wachten omdat we niks wilden riskeren. Het vliegtuig uit Wewak naar Port Moresby was 10 minuten te laat wat normaliter vrij normaal is. Maar onze overstaptijd in Moresby voor Singapore werd hier alleen maar mee verkort. Nu hadden we nog maar 45 minuten…
In het vliegtuig zaten we alleen maar te stressen en te bidden dat onze bagage naar de international gebracht zou worden en dat we ons nog op tijd in konden checken.
Al met al, na heel veel gestress en gezweet, zaten we een uur later in het vliegtuig naar Singapore en vonden we het wel zo gepast om dit met een glas champagne te vieren!

In Singapore namen we afscheid. Alex’contract met de EU was afgelopen en hij zou helaas niet meer naar PNG terugkeren. Hopelijk gaan we elkaar nog eens in Brussel of Amsterdam zien.
Ik was zooo blij om in Singapore te zijn. Je kunt je niet voorstellen hoe het is om na 9 maanden PNG in een andere omgeving te zijn. Ik moest weer wennen aan verkeer, stoplichten, sirenes, straatverlichting, eetstalletjes op straat, mensen op straat!!! Ik moest weer wennen aan alles wat ik vóór mijn vertrek naar PNG als normaal aannam. Zelfs in andere landen waar ik gereisd heb, is het niet zo extreem als in PNG. Het was werkelijk een verwelkoming voor mij! Ik genoot ervan om ’s avonds door de straten van Singapore te lopen. Wat me wel opviel is dat je het gevoel van onbehagen dat je mogelijk door iemand gevolgd wordt niet snel kwijtraakt. Ik keek voortdurend over m’n schouder heen om er zeker van te zijn dat ik niet door een één of andere pipo lastig gevallen zou worden. Maar dan besef je al vrij snel dat je niet zo paranoïde hoeft te zijn. Ik vond Singapore overigens een ontzettend mooie en schone stad. De combinatie van koloniale gebouwen met wolkenkrabbers was zeer indrukwekkend.

De volgende dag had ik mijn rugtas weer ingepakt en vertrok ik naar het vliegveld voor mijn vlucht naar Hanoi.
Hier hervatte mijn klotereis zich.
Bij de incheckbalie werd mij gevraagd waar mijn visum voor Vietnam was. Ik had aan alles gedacht en van alles geregeld, maar totaal niet aan een visum gedacht!!! Ik kon wel janken.
Ik zou het land niet inkomen zonder visum. Ik kreeg het nummer van de Vietnamese ambassade, maar ja….het was vrijdagmiddag, en mijn kans om een visum voor het weekend te regelen was vrij klein. Op de voicemail kreeg ik een ander nummer te horen van een agentschap die visums regelt. Dat nummer gelijk gebeld en met al mijn bagage naar het kantoor gereden. De jongen die mij hielp verzekerde mij ervan dat het visum binnen 2 uur geregeld zou zijn. Ik had mijn vlucht inmiddels al gemist.
Binnen 2 uur was het inderdaad geregeld. Uiteraard moest ik hier wel het dubbele voor betalen, maar op dat moment had ik het er graag voor over.
Ik keerde opnieuw terug naar de stad en besloot voor de verandering een ander hotel in een andere wijk te neme. Chinatown leek me wel een goede optie.
De volgende dag toog ik weer naar het vliegveld, maar ik bij de balie van Vietnam Airlines kreeg ik nul op mijn rekest. Er was geen plaats, want veel passagiers hadden besloten om via andere bestemmingen in Azië te reizen omdat het vliegveld van Bangkok gesloten was. Het zag er naar uit dat de vlucht naar Hanoi voor de komende dagen stampvol zou zitten. Ook al zou ik op de wachtlijst blijven staan, de kans was vrij klein.
Ik besloot het anders te doen. Ik heb een chartervlucht naar Ho Chi Minh gekocht. Heb daar een nacht doorgebracht, wat een ontzettend leuke meevaller was. ’s Middags heb ik het vliegtuig naar Hanoi genomen en uiteindelijk kwam ik zondagavond om 9 uur in mijn hostel aan. Ik was helemaal kapot van al het geregel en het gestress, maar ik had het gehaald!

De volgende ochtend begon mijn training. Het was ontzettend leuk om weer terug te zijn in Hanoi. Ik had het idee dat de stad en de mensen een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt hadden. Veel jonge Vietnamezen zagen er onwijs hip uit, met alle nieuwe gadgets die de jeugd bij ons in NL nog niet eens heeft.
Het was leuk om Marieke weer te zien die ook als STAP’per bij VSO werkt. Ze nam me mee voor een heerlijke massage in een luxe spa en daarna hebben we lekker “gehotpot” (soort van fondue) in een soort van Japans restaurant.
De training was behoorlijk intensief, maar heel leerzaam. We hadden een internationale club van 2 Nederlanders, een Vietnamese, 3 Filippijnen, een Pakistaan en een Indiër. Die twee weken waren vrij vermoeiend, maar ontzettend leerzaam en verrassend (vooral die ene week toen ik in mijn kamer bezoek kreeg van een dikke spin en een paar dagen later van een zwarte rat!).

Op 14 december werd ik ’s ochtends op Schiphol om 6 uur onthaald door mijn ouders, broer, zus, nichtjes en Annelies. Superlief en leuk!
Die drie weken in Nederland waren ontzettend intensief, maar ook ontzettend leuk. Ik had soms het idee dat ik op tournee was en Nederland door moest reizen om iedereen te zien. Het was de moeite waard, daar niet van, maar na 2 weken was ik eigenlijk wel weer klaar om terug naar PNG te gaan. Het is voornamelijk vermoeiend omdat je geen eigen huis meer hebt en bij iedereen moet logeren. Gelukkig waren Lies en Ralph zo lief om mij praktisch 2 weken in hun logeerkamer te laten verblijven. Dat was echt relaxed.

Op 5 januari vertrok ik weer richting “de Oost”. Terwijl m’n familie en vrienden met traantjes in hun ogen afscheid van me namen, dacht ik alleen maar: ik ga weer naar huis, maar eerst nog even 2 weken op vakantie!!!! Het afscheid was zo veel minder beladen dan vorig jaar. Toen hadden we allemaal nog geen idee waar ik terecht zou komen, en hoe mijn placement uit zou pakken. Deze keer was het allemaal veel meer ontspannender.

Op het vliegveld van Singapore checkte ik gelijk mijn mail omdat ik met Charlye, Albert en Anna, en Jolanda had afgespoken om daar te ontmoeten en door te reizen naar Maleisië.
Ik moest nog even op Jolanda wachten want die zou met een vlucht uit Frankfurt een half uur na mij binnenkomen. Via een email had Charlye ons laten weten dat ze slaapplaatsen in een dorm had geboekt en ze zou daar op ons wachten.
Het was een leuk weerzien met iedereen en dronken daar gelijk een aantal biertjes op!
Anna en Albert zouden de volgende ochtend al doorgaan naar Maleisië, maar wij wilden nog een dagje bijkomen.
We hebben ze daarna niet meer in Maleisië gezien omdat wij een andere route hebben genomen.
Maleisië is een ontzettend mooi land, maar 2 weken was eigenlijk net iets te kort om er een goede indruk van te krijgen. Bovendien hadden we niet echt rekening gehouden met de moesson aan de oostkust waarop we na aankomst in Kota Bahru, gelijk de nachtbus weer terug genomen hebben naar de westkust. We hadden zin in zee en strand na een week in de jungle doorgebracht te hebben, dus uiteindelijk hebben we onze laatste dagen doorgebracht op een eiland genaamd Langkawi. Het was perfect, met restaurantjes en barretjes aan het strand.
Tijdens onze laatste nacht hebben een paar vandalen onze slippers, sandalen en strandkleding van de waslijn gestolen. Ik had helemaal geen sandalen meer, behalve een paar teenslippers.
Gelukkig hadden we nog een dag in Singapore zodat Jolanda en ik alle schoenen en slippers weer in konden slaan, want in PNG heb je alleen slechte kwaliteit teenslippers.

Na een rit van 15 uur in de nachtbus kwamen we eindelijk weer in Singapore aan. Charlye keek of ze gelijk door kon vliegen naar Indonesië en wij gingen gelijk shoppen in de stad.
Aan het einde van de dag kwamen we Anna en Albert in het hostel tegen. Ook zij hadden de helft van hun bagage in het hostel achtergelaten.


Met ons vieren en 400 kilo bagage vertrokken we naar het vliegveld. Mijn hart begon al weer sneller te tikken omdat ik het idee had dat er wel weer eens iets mis zou zijn met mijn ticket. Het was nergens op gebaseerd, gewoon een slecht gevoel. En dat gevoel was juist! Mijn ticket had niet de juiste status en ik kon niet mee naar Moresby. Op dat moment had ik het zo gehad met die Fu$#@ Air Nuigini! Altijd gezeik met die maatschappij. Na veel overleg en heen en weer geloop tussen twee balies, kon ik mee op deze vlucht. Ik vroeg nog aan de grondstewardess of het vliegtuig vol zat, of ze me niet konden upgraden of wat dan ook. Nee, het vliegtuig was helemaal volgeboekt, zei ze. Niet te geloven die lui. Die kist zat maar voor de helft vol!
In ieder geval moesten we ons alsnog haasten naar de terminal. In de wachtruimte kwamen we John en Jacqie tegen, een ouder echtpaar dat voor VSO in Simbu province werkt. Zij waren 2 maanden in Engeland geweest. Even later kwam Pascal binnenlopen, een vriend van ons die net 2 weken naar Frankrijk was geweest. Verder zagen we nog een aantal bekende gezichten uit Madang. Het is net alsof je in de bus naar je woonplaats zit en bekenden tegenkomt.

Toen we Moresby bijna bereikten, zagen we de stad in een deken van mist gehuld. Het vliegtuig zette de daling in, maar plotseling trok de piloot de neus omhoog en maakten we als een speer weer hoogte. Iedereen keek elkaar een beetje angstig aan, afvragend wat dit te betekenen had. Het vliegtuig maakte alsnog een rondje en besloot de mistdeken binnen te gaan. We zagen helemaal niks en ineens raakten we met een hevige schok de grond! Het vliegtuig was geland, maar het was geen aangename landing.
Bij de immigratie duurde het weer uren voordat we een stempel konden krijgen. Ik had een andere vlucht dan Jolanda en Albert en Anna. De mijne zou binnen een uur vertrekken en we zouden proberen de anderen er ook op te krijgen.
Op een gegeven moment was ik het zat en ben in de rij voor PNG paspoorthouders gaan staan en gezegd dat we een connecting flight hadden. Dat lukte waardoor we redelijk snel door de immigratie heen waren. Toen we eindelijk naar buiten liepen, kregen we een klap in onze gezicht van de vochtigheid. Welcome back to PNG!

Na veel gedrang en gezeik konden we allemaal op de eerstvolgende vlucht naar Madang. Deze was maar voor 25% gevuld….
Eenmaal uitgestapt in Madang werden we nogmaals overvallen door de extreme hitte van het land. Welcome back to Madang!
De zon scheen en het was bloedje heet. We konden meerijden met Trevor, een vriend van Pascal.
Ik was echt blij dat ik weer terug was in Madang.
’s Avonds werden we gelijk al uitgenodigd voor een diner bij Monica. Ze had ons gemist en had weer eens heerlijk voor ons gekookt.
De dag erop ben ik weer begonnen met werken.

Voordat ik in november naar Azië en Europa vertrok, had ik geweldig nieuws van een Oostenrijkse ontwikkelingsorganisatie ontvangen. Ik had een voorstel ingediend voor financiële ondersteuning en dit werd goedgekeurd. National DRAC ontvangt voor anderhalf jaar funding om 2 nationals te rekruteren.
Normaliter zijn ontwikkelingsorganisaties terughoudend in het ondersteunen van dit soort verzoeken, omdat het onzeker is wat er na de periode van financiële ondersteuning gaat gebeuren. Als er geen alternatief is om de salarissen te betalen, dan is de toekomst van de organisatie vrij wankel. Derhalve moet ik er werk van maken om naar alternatieven te zoeken.

In ieder geval is de DWU akkoord met de funding en is er kantoorruimte vrijgemaakt om de 2 nieuwe mensen onder te brengen. Dit hield in dat Aiva, de persvoorlichtster van de universiteit, naar het hoofdgebouw is verplaatst. Iedereen in het kantoor is hier vrij opgelucht over, want de laatste maanden was Aiva niet te harden. Ze was bitchy en dominant. Gelijk nadat zij vertrokken was, hebben we het kantoor weer verbouwd naar onze smaak. Was ze niet blij mee.

Het leventje in Madang heeft zich weer helemaal hervat. Jolanda en ik spelen regelmatig squash, en zo nu en dan tennis met Kate en Laurens. Zij zijn weer teruggekomen uit Nieuw- Zeeland nadat ze hun tweede dochter hebben gekregen. Mathilda (de oudste) en Freddy gaan dan ook rustig mee naar de tennisbaan en zorgen voor vermaak tussen de wedstrijden door.
Charlye kwam een week later dan wij terug uit Indonesië en ik ben blij dat ze weer bij mij op de compound woont.
Na een jaar hebben we het eindelijk voor elkaar gekregen om een bewaker op onze compound te krijgen. Na de meest recente incidenten zijn de eigenaren eindelijk overstag gegaan.
De filmavondjes met de projector die we van de EU (via Alex..) gekregen hebben, zijn ook weer op volle gang.
Kortom, het is net of we niet uit Madang weggeweest zijn!



zaterdag 27 september 2008

Singsings en birds of paradise

Het regenseizoen is min of meer weer begonnen en ik dacht dat we eigenlijk nog meer net in het droge seizoen zaten. ’s Nachts komt het met bakken uit de lucht vallen en de volgende ochtend zijn de potholes (gaten in de weg) weer tot de nok toe gevuld met water, wat weer betekent dat we met onze slippertjes door de modderige straten moeten waden. In ieder geval hebben we het sinds een aantal weken een stuk makkelijker nu we een auto gekocht hebben. Charlye heeft uiteindelijk besloten om niet bij te dragen dus die hebben we een plek achter in de auto gegeven. Ook als het regent moet ze daar zitten. Jolanda en ik hebben namelijk een Nissan pick-up gekocht, maar de cabine geeft maar plaats voor twee personen en dat zijn uiteraard Jolanda en ik. Mijn collega Aiva en haar man hebben ons aanvankelijk geholpen met het zoeken naar een goedkope en betrouwbare auto, maar we kwamen alleen maar uit bij oude barrels die van ellende uit elkaar vielen en waar we van de eigenaar niet eens een testrit mochten maken. Hij zou wel achter het stuur gaan zitten en wij mochten als passagiers achterin meerijden. Toen Jolanda uiteindelijk toch het stuur over mocht nemen, werd ze gemaand niet te hard te rijden. Ze reed nog geen eens 40 km/p, maar de auto begon al te schudden. Dus dat was een ‘Nee’. Een week later zagen we een aankondiging van het administratiekantoor van de Katholieke kerk dat er twee auto’s te koop waren. Jolanda en ik zagen het toevallig buiten bij een van de supermarkten hangen en besloten om alle strookjes met het telefoonnummer van de poster af te scheuren. We duldden geen concurrentie. Dus die middag gelijk een proefrit gemaakt en onderhandeld op een aantal dingen die we gerepareerd wilden zien. Een week later hadden wij onze eigen bak! Alex kwam ook net weer terug van vakantie, dus we hadden een mooie overgang van zijn Landcruiser naar onze Nissan.
We hebben inmiddels al wat probleempjes met de auto gehad, maar gelukkig kunnen we gebruik maken van de garage van de universiteit waar elke broeder en vader zijn auto naartoe brengt. Vergelijk het niet met een garage zoals wij die in Nederland kennen, want het lijkt meer op een schroothandel met wat personeel dat op blote voeten of slippers rondloopt. Dat kan allemaal hier.

Op werkgebied is eindelijk ook vooruitgang. Organisaties en instellingen weten me inmiddels meer te vinden en ik krijg steeds vaker verzoeken om hen van informatie over disability in PNG te voorzien. Bovendien ben ik sinds kort met Save the Children begonnen met een pilot project op te starten om jongeren bewust te maken van disability. Hier in Madang zijn ze bezig met een jongeren outreach project en leidden ze kansloze jongeren op om bewustwording bij hun leeftijdsgenoten te creeeren. Ze zijn voornamelijk bezig op het gebied van HIV/Aids, huiselijk geweld, alcohol en drugs gebruik, maar ze willen disability hier ook in opnemen. Bovendien ben ik ook in gesprek met lokale NGO’s om partnerschappen op te zetten. Dus het gaat lekker!
Sinds een aantal weken heb ik een nieuwe line-manager op de universiteit die mij begeleid en adviseert. Elke vrijwilliger heeft in zijn/haar placement een aanspreekpunt binnen de organisatie waar hij/zij werkt en dat wordt een line-manager genoemd. Mijn aanspreekpunt was Julie Bengi, een behoorlijke stevige doch kleine dame uit de hooglanden die nogal veel op haar bordje had en mij weinig van dienst kon zijn. Zij was de interim-manager van de afdeling voor Development and Self-Reliance waar National DRAC onder valt. Ik kan het goed met haar vinden, maar op ondersteunend vlak kon ze vrij weinig voor mij betekenen. En ik nam haar dat ook niet kwalijk, want ik wist dat ze er binnen haar afdeling alleen voor stond en dat ze een overload aan werk had. Sinds twee maanden heeft Julie hulp gekregen van Julie Andrews (zo heet ze echt…) en Julie Andrews is nu hoofd van deze afdeling geworden. Zij had al eerder voor AusAid, en binnen de DWU voor een project van de EU gewerkt. Alex is hierin haar plaatsvervanger geworden. In ieder geval had ik al vernomen dat Julie Bengi van haar plaats als hoofd van de afdeling was gehaald, dus het leek mij en ook VSO een goed idee dat we Julie Andrews zouden vragen om mijn manager te worden. VSO laat het de laatste tijd echter wat afweten bij ons vrijwilligers en ik zat te wachten op mijn programma manager om de eerste stappen te zetten om te peilen of Julie mijn line-manager wilde worden. Ik vond het namelijk onprofessioneel als ik zelf op haar af zou stappen en zou vragen: Hé, kun jij mijn manager voor de komende tijd zijn? Dus ik gaf alle contactgegevens aan mijn programma manager bij VSO om de eerste contacten te leggen, maar ze ondernam niets.

In een van de weekenden hadden we besloten om met een groepje naar Keki Lodge in de bergen te gaan. De logde is een soort van berghut waar tien personen in kunnen verblijven. Geen water, geen elektriciteit en een gat in de grond dat als toilet dienst doet. Eigenlijk is het net zoals in de villages in PNG, alleen dan iets beter onderhouden. Monica zou vervoer regelen, want we hadden een auto met Fourwheel drive nodig om de modderige bergwegen op te kunnen. Niemand van ons heeft een dergelijke auto, dus Monica zei dat ze Julie zou vragen want die heeft wel een geschikte wagen. Wij kenden haar nog niet, maar Monica beloofde dat het een geschikt persoon was om mee te nemen. Uiteindelijk hadden we haar eigenlijk alleen maar nodig voor de auto…..
Maar goed Julie wilde wel rijden en uiteindelijk gingen we met ons achten naar boven. Wij (Jolanda en ik en de Duitse meiden Christiane en Michele) hadden alle boodschappen gedaan en wat wijn en bier ingeslagen zodat we ons die avond niet hoefden te vervelen. De weg naar boven was inderdaad pittig en Julie zat alleen maar te vloeken van paniek toen ze de 4WD moest gebruiken. Wij hadden dikke lol in de auto, maar Jolanda en Albert en Anna zaten nogal oncomfortabel achter in de bak want de auto werd behoorlijk heen en weer geschud.
Dat weekend was echt tof. ’s Middags deden we een poging om de Bird of Paradise te spotten, dat is het symbool van PNG en daar komen dan ook veel birdwatchers vanuit de hele wereld op af. We werden per viertal in bushmaterial bunkertjes met kijkgaten in de wanden geplaatst om een glimp van de bird of paradise op te vangen. Maar helaas hadden we die middag geen geluk. De volgende ochtend werden we door de geluiden van de jungle gewekt. Dat was echt fantastisch! Om 6 uur gingen we de jungle weer in en deze keer hadden we wel geluk. De eigenaar van de logde wist precies waar de vogel zou moeten zitten en we zagen de lesser bird of paradise dan ook van de ene boomtop naar de andere vliegen.
Op de terugweg zagen we nog een joekel van een horned bill over ons heen vliegen en de rit naar beneden was wederom fantastisch. Nu mochten wij achter in de bak en dat is toch wel tien keer zo leuk. Bij Manolo Plantation besloten we nog even om te lunchen. Ik zat naast Julie en besloot om te vertellen dat VSO en ik haar als mijn nieuwe line-manager wilden benoemen en of ze dat zag zitten. Ze was gelijk enthousiast en had goede ideeën over welke richting op te gaan. Bovendien heeft ze een goed netwerk en weet ze hoe ze Fr. Jan (president van de DWU) moet bewerken en dat kan heel veel schelen als we hem nodig hebben om dingen gedaan te krijgen. Ik was meteen weer gemotiveerd en ik zag het weer helemaal zitten.
Julie is een bijzonder figuur met een goed gevoel voor humor. Het is een soort van tante Sidonia met absoluut geen smaak voor kleding en uiterlijk vertoon. Haar kapsel maakt haar helemaal apart, want het is kort van voor met een lange sliert achter in de nek. Tijdens de rit in de auto naar Keki Lodge vertelde Christiane dat ze die nacht een afschuwelijke droom over haar haar had gehad. Toen ik vroeg waar ze dat nou weer vandaan haalde, wees ze naar Julie en haar kapsel; haar angst was dat ze een dergelijk kapsel geknipt zou krijgen.
In ieder geval weet Julie dat ze een eigenaardig kapsel heeft met een rare mat (in het Engels: mullet) in de nek. Dus vanaf dat moment zijn we haar mullet meri gaan noemen.

Die zondag was super relaxed. Nadat we terug waren in Madang ging iedereen naar huis, maar we zouden die avond bij de Duitse meiden gaan eten omdat het Christianes verjaardag was. Ik had slinger aan Michele gegeven om de kamer te versieren, maar ik was me er niet van bewust dat ze met ‘30’erop bedrukt waren. Dus dat hilariteit alom, omdat Christiane nog maar 26 was geworden.
In ieder geval was het een geslaagd weekend en ik had goede zaken gedaan.

Charlye was er dat weekend niet bij, want die zat voor een workshop in Lae. Het weekend daarop echter had ze geregeld om eerder thuis te komen, want ze had wel gezien daar in Lae en wilde voor het Cultureel Festival van de Divine Word terugkomen. Het festival was geweldig. Op deze dag tonen de studenten van de universiteit tonen hun cultuur door zich in hun traditionele (dans)kleding te hullen. Het was overweldigend! Muziek en zang overal op het terrein. Je wist niet meer waar je moest kijken. Het was de laatste dag en avond van de Duitse meiden, dus we hadden nog een etentje bij hen thuis en die avond besloten we voor de goede orde om buai te kauwen. Ik vond de smaak niet echt om over naar huis te schrijven, en m’n mond vulde zich alleen maar bitter, rode sap dat gelijk uitgespuugd moest worden. Om er aan te wennen, moet ik nog maar eens proberen. Het was in ieder geval een mooie afsluiter voor de Duitse meiden.
In dezelfde week besloten Charlye en ik om een fiets te kopen. Dat is iets wat ik heel lang wilde doen en aangezien we Alex’ auto nog hadden, konden we de fietsen gelijk achter in de bak gooien. De aanschaf van de fietsen vroeg nogal wat geduld van ons, want elke dag kwamen we weer terug bij de Papindo supermarkt in de hoop dat ze onze fietsen aangepast hadden. Maar nee hoor, ze stonden nog op dezelfde plek als waar we ze de vorige dag achter gelaten hadden. Dus ter plekke moesten ze nog eens keer afgesteld worden wat heeeeel veel belangstelling trok van andere PNG’ers in de winkel. Mensen staan gewoon ongegeneerd naast je te kijken hoe eraan je fiets gewerkt wordt. Echt met de neus bovenop. Vrij vervelend en bovendien ongemakkelijk. We kochten allebei een nieuwe Chinese shitfiets voor 300 Kina, wat neer komt op 80 euro. Op zich is het niet veel geld voor een fiets, maar voor de PNG’ers is dit een fortuin. De mensen die er met de neus bovenop stonden, zijn mensen die de hele dag een beetje rondhangen, geen baan hebben en die opeens twee waitpela meri in de winkel zien die een dure fiets kopen! Kolonialisme wordt in feite nog steeds voortgezet en wij zijn daar nog steeds onderdeel van. Of je nu wilt of niet het verschil tussen de PNG’ers en ons westerlingen blijft duidelijk aanwezig.
Na drie dagen in de Papindo rondgehangen te hebben, kregen we dan eindelijk onze fietsen mee. We hebben gelijk dikke kettingen en grote sloten gekocht, maar helaas mocht het voor Charlye’s fiets niet baten. Vorig weekend zijn ze over het hek geklommen en hebben het slot van Charlye’s fiets doorgeknipt. Beide fietsen stonden naast elkaar vastgeketend aan de tralies van het raam van het appartement onder mij. Klaarblijkelijk zijn de dieven al eens eerder binnengeweest, want ze wisten waar de fietsen stonden en wat voor materieel mee te nemen. Hoe ze binnengekomen zijn en hoe ze de fiets meegenomen hebben, is ons nog steeds een raadsel. De poort was die avond nog op slot gedaan door Veronica en onze buren zijn die ochtend weer als eerste weggegaan. Waarschijnlijk zijn de dieven toen naar binnen geglipt. We hebben nu besloten om de poort te allen tijden op slot te doen, maar onze lokale onderburen zijn het daar niet meer eens. Hun wantoks komen namelijk de hele dag binnenlopen en dat willen ze graag zo houden. Wij willen dat echter niet, en we vertrouwen hun wantoks ook niet altijd. Elke keer schijnt er weer een nieuwe wantok bij te komen, want we kennen het merendeel van de mensen niet die onze compound oplopen. Vooral de moeder van het gezin heeft het volgens mij niet zo op ons. Ze kijk min of meer met afgunst maar ook met een soort van arrogantie naar ons. Ze vindt ons maar verwende meiden denk ik, die nu ineens een auto hebben en nieuwe fietsen gekocht hebben. Het deed haar ook weinig dat Charlye’s fiets gestolen was. In ieder geval fiets ik nu in m’n eentje rond en Charlye’s workout plan is weer in het water gevallen.

Twee weken geleden zijn we met een stel meiden naar de Goroka Show in…..inderdaad Goroka geweest. Van VSO is het voor ons vrouwelijke vrijwilligers niet toegestaan om met de PMV naar de hooglanden te reizen, dus we zijn verplicht om een PMV of auto te huren. Maakt het uiteindelijk wel duurder, en we vragen ons af of het werkelijk veiliger is. Volgens mij is het nog altijd veiliger om tussen de lokale mensen te reizen dan apart een auto te huren. Maar VSO is vastbesloten en wijkt niet van hun beleid af. In ieder geval werd de PMV een 10 seater Landcruiser waar met ons vijven (4 VSO’ers en Sue van Worldvision) in reisden. De chauffeur (en eigenaar van de auto) reed als een gek door de bergen, waardoor een aantal van ons behoorlijk wagenziek werd. De rit naar boven was fantastisch. Het landschap deed me erg denken aan de Andes in Peru, alleen we zaten minder hoog.
Marcel, een Nederlandse fysio, had ons uitgenodigd in zijn huis alwaar we met 12 personen verbleven. Het was weer eens ouderwets kamperen in de woonkamer met matrasjes en slaapzakjes op de grond, gesnurk gedurende de nacht en grote pannen eten op het vuur.
De Goroka show is vergelijkbaar met de DWU cultural day, maar dan 10 keer zo groot. Fantastisch! We hadden alleen maar toegang tot de buitenste ring, omdat de tickets voor de binnenring (waar je tussen de dansgroepen kon rondlopen) vrij duur waren. We zagen ook alleen maar blanke mensen met grote camera’s rondlopen. Vrij gênant. Totdat Jolanda en ik ineens binnengelaten werden door een man, en wij ook onderdeel uit maakten van de blanke mensen met de camera’s. Toen was het ineens minder gênant. Het was zo gaaf en wederom weer zo overweldigend. Er waren overwegend singsing groepen uit de hooglanden, maar hun kostuums en dansvoorstellingen waren prachtig.
Marcel had die ochtend ook een singsing groep bij zijn huis uitgenodigd. De jongens konden zich bij hem omkleden en hij zou ze ontbijt en lunch geven. Die ochtend kregen we al een even een prive- voorstelling van de jongens en wij waren meteen enthousiast. Hoewel hun kostuums vrij simpel waren, was hun dans heel subtiel en sexy. In een singsing is ineens alles toegestaan.
Marcel liet ons echt het PNG leven proeven door ’s avonds een mambu te organiseren. Zijn collega’s van het ziekenhuis verzorgden de bamboestronken en de ingrediënten voor de maaltijd. Het eten wordt in de uitgeholde bamboestronk gepropt en later op de BBQ bereid. Ik vond het niet delicious, maar ook niet onaardig. Maar bovenal was het een culinair experiment wat leuk en bijzonder was.
De volgende dag maakten we nog een wandeling door de bergen. Junior, een knul die Marcel tijdelijk in huis opgenomen heeft zodat hij zijn school af kan maken, nam ons mee naar zijn village. De tocht was mooi en goed te doen. Charlye had het echter vrij moeilijk en kon op het laatst niet meer. Jolanda, Catelijne en ik wilden nog wel een lekkere thickshake in de Bird of Paradise drinken, maar de rest had daar geen oren naar. Het regende keihard en we waren eigenlijk helemaal doorweekt, maar we zetten door en wilden hoe dan ook eventjes wat luxe en comfort opsnuiven. Al bibberend en verkleumd zaten we even later achter onze koude milkshake. Heerlijk!
Terug bij Marcel thuis was iedereen een beetje uitgeteld en lagen hier en daar wat mensen opgekruld in de slaapzakken. Het was koud en ik snakte op dat moment eigenlijk alleen nog maar meer naar de warmte van Madang! De douche was inmiddels al koud, omdat de boiler leeg was. Maar na de koude douche was het zo lekker om op te warmen in je slaapzak. Sue en nog een paar anderen waren nog niet terug, dus we besloten met ons drieën een filmpje te kijken op haar portable DVD speler. Het was echt een lekker en relaxed weekend en Marcel was een top gastheer!
Wij meiden bereidden ons weer voor op de hobbelige terugweg. Max de chauffeur (een kleine,dikke Papua van de hooglanden) luisterde niet echt naar ons en reed wederom als een gek door de bergen. Mijn hart zat zo nu en dan in mijn keel. Spannend was het zeker! Het was echt een gaaf en ook vermoeiend weekend.

De week erop moest er natuurlijk nog gewerkt worden hoewel de dinsdag een national holiday was. Op 16 september wordt de Onafhankelijkheidsdag gevierd en herdacht hoe PNG onafhankelijk van Australie werd. We kregen er niet veel van mee en hebben een middagje aan het zwembad van het resort doorgebracht en ’s avonds een filmpje gekeken met de projector van Alex. De EU projector is inmiddels verhuisd naar Albert en Anna en nu zitten we daar wekelijks onze filmpjes te kijken.

Momenteel zijn we aan het herstellen van een BBQ bij Alex waar nogal veel gedronken werd. Monica is twee weken naar Australie, dus wij zitten hier nu gebruik te maken van internet en televisie. Dadelijk gaan we naar Anna en Albert om de documentaire van Michael Moore te kijken die Alex gedownload heeft. Hé, zo slecht is het leven in PNG nog niet!

woensdag 20 augustus 2008

Tsunami?

Soms weet je niet wat je moet geloven. Zijn het de kranten? De buren? Je collega’s? Feit is wel dat er paniek om (waarschijnlijk) niets wordt gezaaid. Sinds drie weken zijn de flying-foxes (reuzen vleermuizen) uit de bomen van Madang verdwenen. Madang staat namelijk bekend om de flying-foxes. De beesten hangen gedurende de dag in de bomen uit te rusten. Aan het begin en aan het einde van de dag worden ze actief en beginnen ze collectief wakker te worden en te piepen. Vrijwel iedereen die dichtbij de bomen woont waar de beesten graag in hangen, wordt wakker van het geluid. Bovendien beginnen de vleermuizen dan ook van de ene boom naar de andere te vliegen. Doen ze ook collectief en dat geeft nogal een naargeestig beeld. Het vliegverkeer rondom Madang is ook op de vleermuizen afgestemd: geen vluchten meer na half 5 in de middag en voor 7 uur in de ochtend, want dan zouden ze nog wel eens de motoren van de vliegtuigen terecht kunnen komen. Blijkbaar is dat in het verleden wel eens voorgekomen.
In ieder geval, ze zijn verdwenen en dat zorgt nogal voor commotie in Madang. Drie weken geleden hoorden we op een zondagavond een auto met een megafoon door de stad heen rijden. Charlye, mijn Amerikaanse buurvrouw, en ik besteedden er geen aandacht aan. Bovendien verstaan we er toch nooit wat van omdat het in onduidelijk pisin wordt rondgeschald. De volgende dag op m’n werk las ik op intranet dat de inwoners van Madang gewaarschuwd werden voor een tsunami! De flying foxes waren namelijk al sinds een kleine week niet meer gesignaleerd en dit betekende de aankondiging van een natuurramp. De politie ging de wagen met de luidspreker achterna om de inwoners tot kalm te manen en te voorkomen dat er grote paniek uitbrak. Blijkbaar heeft de politie daar dan ineens wel benzine voor! Niet iedereen volgde het advies van de politie op, want een aantal families namen het zekere voor het onzekere en zijn met in de haast ingepakte spullen naar hogergelegen gebieden vertrokken.
Een aantal weken voor de mysterieuze verdwijning van de flying foxes, voelden we al een aantal keer lichte aardschokken. Daarom vonden we het ook niet zo verwonderlijk dat er iets van een dergelijke ramp aangekondigd werd. De kranten melden dat de fyling foxes in andere gebieden van PNG gesignaleerd zijn omdat het te warm in Madang werd en er een gebrek aan voedsel voor de beesten ontstond. Collega’s op de DWU melden om de beurt op intranet waar de flying foxes nog meer in het land gesignaleerd zijn omdat hun wantok (familie) daar woont.


M’n zus Dorien heeft me begin juli voor tweëenhalve week opgezocht. We hebben het onzettend leuk en gaaf gehad. We zijn naar New Ireland gevlogen, een van de vele eilanden die PNG rijk is, en hebben daar een aantal dagen over het eiland gefietst. Nu klinkt het alsof dit veel voorkomt in PNG, maar eigenlijk werden we daar ook nog steeds raar aangekeken. De lokale bevolking is er enigszins wel aan gewend dat er zo nu en dan ‘waitpela pipel” op fietsen voorbij komen rijden, maar het blijft een raar fenomeen.
We hadden eerst twee nachten in de “Treehouse” logde geboekt. Supermooie bungalows aan het water met een restaurant in een boomhut. Er was geen electriciteit dus ging de generator ’s avonds altijd een paar uurtjes aan. Omdat ik even terugging naar onze bungalow om een camera op te halen, schrok ik van iets wat ineens van een banaan, die nog een tafeltje lag, wegrende. Bleek het een rat te zijn!!! En nu heb ik al een enorme fobie voor ratten; heb je zo’n beest ineens in je kamer! Toen ik dit aan Dorien vertelde, trok ze wit weg en wilde gelijk maatregelen nemen om mogelijke ratten buiten te houden. De eigenaar keek er niet echt van op en vertelde doodleuk dat dit niet echt vaak voorkwam, maar dat het momenteel paringseizoen was en dat ze nesten aan het maken waren..... Had hij nu niet moeten zeggen.
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat mijn zus nog panischer zou zijn dan ik. Alle tassen moesten buiten op de veranda of aan de andere kant van de kamer geplaatst worden. Al het eten moest buiten op de veranda in een container en de bananen moesten bij de buren op de veranda zodat de ratten daar naar toe gelokt zouden worden. De bedden moesten van de kanten muren afgeschoven worden. En de oordoppen moesten goed in de oren geplugd worden, zodat we maar niks hoefden te horen. We werden ’s nachts blijkbaar gelijktijdig wakker want Dorien zag mij met mijn zaklampje de kamer zo nu en dan even inspecteren. Blijkbaar heb ik toch iets over het hoofd gezien, want de volgende dag was de prop krantenpapier die we in de holen en gaten hadden gepropt, aangevreten.... Bij Dorien in de hoek die bij de aanblik daarvan wederom wit wegtrok...

Die dag was het ook tijd om door te gaan naar een andere guesthouse. Onze fietsen werden bij de Treehouse afgeleverd en zo begonnen we onze tocht over het eiland. We hadden vantevoren al touw gekocht zodat we onze rugtassen vast konden binden. We zagen er uit als een stelletje zigeuners op de fiets: plastic zakjes aan het stuur en grote tassen provisorisch op de bagagedrager vastgebonden. De fietsen hadden hun allerbeste tijd 20 jaar geleden gehad, maar hier in PNG betekenden ze nog een bron van inkomsten. De eerste nacht verbleven we bij een familie die voorheen een guesthouse hadden, maar dat inmiddels niet meer deden. De tourist office had dat niet aan ons gemeld. Maar omdat we helemaal uitgeblust en chagrijnig aankwamen en alleen nog maar naar een douche snakten, boden ze ons de slaapkamer van hun moeder aan. Zij runt de boel eigenlijk., maar op dat moment was zij in de hoofdstad van het eiland. De familie verschoonde het bed en liet ons de douche zien waar we ons konden opfrissen. Dat bleek de rivier achter het huis te zijn.... De slaapkamer was een hutje met twee bedden, tassen aan de muur (die wij ’s nachts van de muur afhaalden omdat wij dat als potentiele ratten schuilplaatsen aanzagen) en holen in de vloer dat gewoon uit het zand van het strand bestond. Overal zagen wij potentiele ratten schuilplaatsen dus we waren erg druk om alle gaten en holen te vullen met alles wat we maar in dat hutje konden vinden.
In het midden van het huis werd op traditionele manier gekookt door een gat in de grond te graven en daar stenen in het vuur op te laten warmen. Oma zat daar de boel een beetje in de gaten te houden door zo nu dan haar zaklamp ergens op te schijnen. Er moest ook toestemming aan oma gevraagd worden of wij een nacht mochten overnachten. De familie was zo ontzettend lief en aardig. Ze deden alles om het ons zo veel mogelijk naar ons zin te maken. We kregen een prima maaltijd van gebakken vis en mais. In Kavieng, de hoofdstad van het eiland, hadden we onze boodschappen waaronder drie flessen wijn, gedaan. Die avond deelden we onze fles met Greg en Sharon die de boel min of meer runden. We zagen een klein varkentje rondlopen (wat waarschijnlijk over twee jaar voor een feestelijke gelegenheid geslacht gaat worden) en vroegen wat het geslacht was. Voordat Greg en Sharon al antwoord hadden gegeven, riep oma vanuit het huis met de zaklamp in de hand: Girl! Dat was praktisch het enige wat we van oma vernamen. ’s Avonds werd er ineens een volledige hi-fi set, tv en DVD speler uit een ander kamertje getrokken en in de centrale kamer geplaatst. De generator werd gestart en de filmavond voor de kinderen kon beginnen! Dat was heel apart om te zien aangezien de rest van de huizen alleen maar uit bushmaterial bestond.
De volgende dag kregen we muffins als ontbijt en kregen we nog even een spektakel met enorme alen te zien. Greg leegde een blik makreel in het water en ineens kwamen er monsters van alen uit de hoeken van de rivier aanzetten. Grote beesten met scherpe tanden!
Vervolgens stapten we weer op onze fietsen, bedankten de familie uitbundig voor hun gastvrijheid en fietsten door naar de volgende guesthouse.
Die dag fietsten we alleen maar 30 km. Mijn derailleur brak een aantal kilometer voor ons eindpunt en deze werd provisorisch door een paar mensen langs de kant van de weg vastgezet zodat ik in één versnelling door kon fietsen. We kwamen bij een aardige guesthouse terecht die door een oude man gerund werd. Hij was er alleen niet, dus zijn zus moest zorg voor ons dragen en die had daar helemaal geen zin in. Nita was een ontzettend oud dametje met staar in haar ogen. Aanvankelijk was ze afstandelijk en gereserveerd , maar omdat ik Pidgin met haar probeerde te praten, ontdooide ze enigszins. We konden onze spullen op de veranda kwijt en begonnen aan onze dagelijkse lunch van crackertjes en inmiddels gesmolten kaas.
’s Middags nam Nita ons mee naar de wasplaats waar we ons konden wassen. Wederom was dit in de rivier. Het was heerlijk koel en schoon water. Het is alleen zo’n gedoe om je fatsoenlijk te wassen met je zwembroek en t-shirt aan! Het is namelijk een openbare wasplaats en de Papoeas zijn nogal preuts in dat opzicht. Nita zat rustig haar buai te kauwen terwijl wij onze haren in het koude water probeerden te wassen. Dorien vroeg tussen neus en lippen door of hier ook krokodillen waren. Toen ik dit aan Nita vroeg, antwoordde ze dat er soms krokodillen waren, waarop Dorien als een speer het water uitvloog!
De volgende ochtend kregen we weer een maaltijd van rijst en tinfish (makreel, tonijn of wat voor vis dan ook uit blik). Na een tijdje wens je dat niet meer te eten.....
Het was een regenachtige dag, maar we wilden doorfietsen. Nita en haar broer probeerden in allerijl plastic tassen voor ons te verzamelen die we voor onze tassen konden gebruiken. Het was heerlijk fietsen die dag.
Die dag hebben we dan ook meer dan 50 km gefietst. Naarmate we verder het eiland opkwamen, werd het alleen maar groener en tropischer. De weg leidde door palmolieplantages (die overigens in handen zijn van Cargill. Zo zie je maar weer!), over steile heuvels en langs vele dorpjes. De mensen, en vooral de kinderen, kwamen naar de weg toerennen om ons te begroeten. In de verte hoorde je de kinderen al schreeuwen: Tourists em kam!! En vervolgens kwamen ze met hele hordes aanzetten om ons aan te raken. Het nieuws dat twee waitpela meris op de fiets aankwamen, werkte als een bushphone. Mensen stonden ons langs de kant op te wachten. We voelden ons als de koninklijke familie op Koninginnedag!
Mijn fiets ging een paar KM voor ons eindpuntl weer kapot waarop wij een lift van een paar mannen kregen. De guesthouse was wederom weer leuk en prachtig aan het water gelegen. Uiteraard geen water en electriciteit, dus dat werd weer in de rivier wassen en kaarsjes aansteken.
Onze wijn was inmiddels al op en aangezien we vastzaten omdat mijn fiets niet meer gemaakt kon worden, besloten we die zondag een project te starten met als doel bier te kopen. Dit werd namelijk lastig omdat het zondag was waarop alle bottle shops gesloten waren. Bovendien reden er geen bussen dus we zaten vast. Maar omdat er aan de weg gewerkt werd en dus veel vrachtwagens op en neer reden, waren de chauffeurs bijzonder aardig om ons mee te nemen! Zo werden we in verschillende dorpjes afgezet om te vragen of er een zwarte markt was om bier te kopen. Binnen de kortste keren wist de hele omgeving dat twee blanke dames op zoek naar bier waren. Zó niet slim van ons! Het is al een soort van taboe dat vrouwen alcohol drinken en dit dan ook nog eens grootscheeps en public aan te pakken! Maar we konden in feite al niet meer terug en de mensen vonden het prachtig om ons te helpen, dus een andere truck zetten ons op de top van de berg af bij een SP bottleshop. De eigenaar moest uit de tuin geplukt worden, maar wilde graag zijn zaak voor ons opengooien. Daar stonden we dan met zes biertjes langs de kant van de weg te liften. Wederom nam een aardige chauffeur ons mee en zette ons bij onze guesthouse af. We waren de attractie van het jaar, geloof ik!
De biertjes moesten uiteraard koel blijven, dus met een grote steen vastgebonden aan een plastic zak, lieten we de biertjes in de koude rivier rusten. Dat was genieten aan het einde van de dag.
’s Avonds toen we in bed lagen, hoorde en voelde ik iemand in ons huis lopen. Aanvankelijk dacht ik het de eigenaar was die de boel aan het controleren was, maar hij deed het te voorzichtig. We hadden al onze spullen op de veranda liggen, omdat Dorien nog panischer voor bezoek van ratten was geworden. Aangezien Dorien ook volledig van de buitenwereld afgesloten was in de zin van oordoppen en oogkleppen, merkte zij dus helemaal niets van onze ongewenste bezoeker. Ik hoorde iets of iemand door onze spullen snuffelen maar kon niet zien of het daadwerklijk iemand was. Mijn muskietennet zat in de weg, dus ik kon het gordijntje van het raampje naast mij moelijk weg trekken. Op dat moment wist ik zeker dat het IEMAND was. Van frustatie dat ik niets kon zien en uit angst dat hij spullen mee zou nemen, kon ik alleen nog maar : “JA.....GVD” uitroepen en met mijn zaklampje door het raampje schijnen, waarop ik naast mij iemand wakker hoorde worden, en met een ruk omhoog kwam en alle blokkades uit het gezicht hoorde trekken en “ wat.....wat....wat gebeurt er’ hoorde mompelen. Op dat moment schrok die persoon zich wezenloos en sprong van de veranda af. Dorien liep daarop stoer met een zaklamp over het strand te schijnen en wat dreigende teksten te roepen in de hoop dat het de persoon af zou schrikken.
De volgende ochtend vertelden we dit aan de eigenaren. Ze waren niet echt onder de indruk, maar vertelden dat het waarschiujnlijk iemand uit het dorp was die ons heeft zien lopen en uiteraard wist waar wij verbleven. Vaak gaat het om kleding dat ze van de waslijn halen, maar deze persoon was volgens ons naar iets anders op zoek.
Die dag probeerden we terug naar Kavieng te komen. We lieten onze fietsen achter, die moesten maar opgehaald worden, en probeerden een lift te krijgen. De eigenaren zeiden dat het lastig zou worden, maar binnen de korste keren nam een truck ons weer mee en zette ons 10 km verderop weer. In ieder geval waren we op de juiste weg. Maar vanaf dat moment werd het lastiger. We liepen al een tijdje in de brandende zon door de palmolieplantages en konden alleen nog maar vloeken en tieren. Totdat er een pick-up truck stopte met een blanke man erin en onze fietsen in de bak. Hij zei: “You stupid girls, you knew I was coming to pick you up! De eigenaren van de guesthouse hadden wel iets gezegd over de projectmanager van het wegenbouwbedrijf en dat hij naar Kavieng zou rijden, maar ze zijn daar nooit meer op terug gekomen. Maar het was perfect, want binnen twee uur waren we in Kavieng. James reed als een gek over de kustweg terug naar de stad en vertelde over PNG en wat er wel niet allemaal met ons had kunnen gebeuren onderweg. Hij leefde z’n hele leven lang al in PNG. Hij vond ons ‘brave girls’ en we mochten van geluk spreken dat ons niks overkomen was. We fietsten natuurlijk over stille wegen waar iedere gek ons aan had kunnen vallen. Bovendien lopen de mensen vrijwel allemaal met grote kapmessen rond. Wij zien dit als wapens, maar zij gebruiken het als een gereedschap in de tuinen en in de bush.
Terug in Kavieng gingen we naar de tourist office waar we ons beklag deden over de fietsen en de informatie over de guesthouses die behoorlijk achterhaald is, waarop we maar een klein bedrag voor de fietsen hoefden te betalen.
Vervolgens hadden we besloten om ons zelf te verwennen en de de laatste nachten in een leuk en luxe resort op een eiland door te brengen. Helaas was het hotel volgeboekt, maar Louis (een goede vriend van de Australische eigenaren) regelde wel wat voor ons. Hij heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat wij drie nachten op het eiland konden blijven. Eén nacht in een van de bungalows en twee nachten in het huis van de buren die aan het zeilen waren! Het was heerlijk en supergaaf. Elke avond hingen we met de mannen aan de bar en dronken we de shotjes schnapps met Baileys met veel smaak weg. Het was echt vakantie.
Onze terugvlucht was al om 6 uur in de ochtend, wat betekende dat we er al om vier uit moesten. Verschrikkelijk.
Bovendien moesten we de hele dag in de meest saaie en oncomfortabele lounge van het vliegveld in Port Moresby doorbrengen omdat onze connecting flight naar Madang maar niet ging. Ieder uur gaven ze ons weer uitstel. Op den duur waren we het zo zat dat we begonnen te klagen en het personeel van Air Nuigini ons in de VIP lounge plaatsten waar we uitgebreid de saladebar en de sandwiches plunderden. We hadden namelijk de hele dag amper wat gegeten.
We hadden er al op gerekend om de nacht in Moresby door te brengen, maar plotseling kwam het bericht dat het vliegtuig naar Madang toch nog zou vertrekken.
We gokten het er maar op dat we met iemand terug naar huis konden rijden, aangezien er geen taxi’s in Madang rond rijden. De heenreis waren we namelijk door Brother Hugo van de Divine Word in de bus gebracht. Brother Hugo is een Zwitserse pater van in de zeventig die ongeduldig achter het stuur zit en in het Duits begint te vloeken als het hem niet snel genoeg gaat. En wie stond daar op ons te wachten: onze held Brother Hugo!

We waren zo blij om weer terug in Madang te zijn en na 10 dagen onze vieze kleren te kunnen wassen. Wat een heerlijkheid kan dat toch zijn.
De dagen daarop ben ik weer aan het werk gegaan. Dorien vermaakte zich in de stad door souvenirs in te slaan en aan het zwembad van de Madang resort te hangen. In de tussentijd raakte ze nog wel de sleutels van m’n huis en een USB stick kwijt. Ik heb het slot van mijn deur gelijk laten vervangen en de USB stick werd via via, met onzettend veel toeval, opgespoord. Een stel bijbelvertalers hadden de stick in bewaring en de ‘eerlijke’ vinder wilde vindersloon. De bijbelvertalers adviseerden mij om een paar kina’s achter te laten, maar een paar dagen later hoorde ik via via dat de vinders met een paar mannelijke familieleden op de stoep van de bijbelvertalers stonden en minstens een paar honderd kina vindersloon wilden hebben. Ik was hier totaal niet blij mee, want ik was bang dat zodra ze uit zouden vinden waar ik woon, dat ze met de hele wantok bij mij op de stoep zouden staan! Ik was daarom ook blij dat ik het slot van mijn deur had vervangen. Volgens Dorien hadden ze de sleutel en de USB stick uit haar tas gestolen en dus was er totaal geen sprake van ‘eerlijke’ vinders.
Dorien had me in ieder geval wel weer met problemen opgezadeld, zeg! Gelukkig nog geen teken gehad van de wantok die meer geld willen hebben.

Dat weekend erop zijn we met een aantal mensen uit Madang een boattrip met Jan en Eunice Messerschmit gaan maken. Dit zijn ook Amerikaanse bijbelvertalers (daar zijn er nogal veel van in PNG), maar ze zien eruit als oude hardrockers met grijze paardenstaarten en tatoeages. Erg komisch om te zien.
We namen onze eigen drankjes en hapjes mee en terwijl met onze biertjes in de hand in het water dreven, zagen we de zon onder gaan bij Kranket Island. Het was een heerlijke avond. We zwommen tussen het lichtgevende plankton door dat een feeërieke sfeer gaf. Het was zo’n gave avond!
Jan en Eunice hadden het ook wel naar hun zin met ons, waarop ze ons uitnodigden bij hen en thuis om daar nog wat drankjes te drinken en muziek te draaien. Vervolgens zijn we nog doorgereden naar Albert en Anna (de Spanjaarden) waar we onze slaapmutjes gedronken hebben. Het was echt een heerlijke avond.

De week erop was Rembrance Day waarop wij vrij waren. We besloten die dag met Jolanda en Charlye kano’s te huren bij de resort. Onderweg kwamen we Albert en Anna tegen die ook wel mee wilden. Maar bij de resort wilden ze ons niks verhuren waarop we besloten om een ritje buiten de stad te gaan maken. Albert en Anna hebben een oude Toyota Landcruiser uit 1976 die iedereen inmiddels herkent. De auto is namelijk ook nog eens mintgroen. Het rammelt aan alle kanten, maar het rijdt nog prima. In het mintgroene koekblikje togen we met ons vijven naar Hole in the Wall. Een uur rijden buiten Madang. Dit is een kleine lagune waar je fantastisch kunt snorkelen. De naam is afkomstig van een groot gat in het rif waar je doorheen kunt duiken. Alleen Albert durfde dat. Wij meiden durfden dat niet aan omdat het toch een lange tunnel is en we veel te bang waren om in ademsnood te verkeren.
Op de terugweg besloten we een biertje bij Malolo Plantation en daarna bij Jais Aben te drinken. Beide plekken zijn resorts waar je lekker op het terras kunt hangen. Het klinkt allemaal veel luxer dan het in werkelijkheid is, maar het zijn prima gelegenheden om een drankje te doen. Bij Jais Aben kwamen we de Duitse meiden en Monica tegen die ’s avonds ook verwacht werden op het afscheidsfeestje van Hayley.
We waren natuurlijk veel te laat terug voor haar feestje en we waren inmiddels van de vele biertjes ook al enigszins ingekakt waarop die avond alleen maar een saaie bedoening werd.

De laatste weken waren vrij druk met social events. Er hebben veel mensen afscheid genomen, veel verjaardagen gevierd en er werden veel etentjes gehouden. We mogen absoluut niet klagen, maar om eerlijk te zijn is het zo nu en dan teveel.....
Charlye en ik brengen samen veel tijd door omdat we in hetzelfde gebouw wonen. We doen gezamenlijk onze boodschappen en koken vrijwel elke avond samen. Onbewust hebben het altijd over “wij” en “ons” als er iets gedaan of geregeld moet worden. Ik regel alles social events met iedereen en Charlye gaat wel mee. Jolanda woont ver van ons vandaan, maar eigenlijk zijn we altijd wel met ons drieeen. Nu hebben we dan ook besloten om gezamenlijk een auto te kopen omdat iedereen met een auto (waar we nogal afhankelijk van zijn) langzaamaan vertrekt. Momenteel hebben de auto van Alex (de Duitser die bij de EU werkt) te leen, omdat hij voor een aantal weken naar Europa is.
Ik zei dat wij net zoveel recht op die auto hebben aangezien wij ook EU staatsburger zijn! Dus nu rijden wij drietjes rond in een supervette Toyota Landcruiser Pick-up met EU stickers aan de zijkant. Aangezien Charlye niet met een pook kan rijden (Amerikanen zijn alleen maar aan auotmaten gewend...) mag ik er altijd in rijden ;)) . De auto staat namelijk altijd bij ons huis omdat wij het verste weg wonen. Er kunnen maar twee of drie mensen in de cabine, dus er zitten altijd mensen in de bak. Zo rijdt iedereen hier vrijwel rondt.
Monica probeert voor ons een auto via de Divine Word University voor ons te regelen, aangezien Jolanda en ik daar werken. Verder zijn we met mijn collega’s aan het rondkijken voor goedkope wagens en dat is geen makkelijke taak. Het zal zoveel schelen als we eindelijk een auto voor ons zelf hebben. Dan kunnen we ’s avonds tenminste rustig naar tennisles zonder vantevoren te moeten nadenken hoe we weer thuis komen. We kunnen tenminste normaal boodschappen doen zonder alles in etappes in de kleine busjes te moeten slepen. Hoewel dat ook wel weer z’n charmes heeft.

Sorry dat het weer een heel verhaal is geworden, maar dit is min of meer een samenvatting van de afgelopen twee maanden. En dan de nadruk op samenvatting. Ik zal de volgende keer iets meer over mijn werk vertellen, want dat is uiteraard de allesomvattende reden waarom ik hier ben!